Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0646.
10. Middel 1 is gericht tegen de rechtsoverwegingen 8.6 en 8.6.1 van 's Hofs arrest van 14 juli 1999, in welke overwegingen het Hof [verweerster] geslaagd achtte in het haar opgedragen bewijs dat [eiseres] voorafgaand aan de werkzaamheden de opdrachtbevestiging van 2 juli 1992, met daarop een verwijzing naar de Smecoma-voorwaarden, heeft ontvangen. Het middel klaagt dat (zonder nadere motivering) onbegrijpelijk is het oordeel van het Hof dat "op grond van de samenhangende getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] bewezen [is] dat [eiseres] naar aanleiding van de ontvangst van de opdrachtbevestiging telefonisch met [getuige 1] heeft gesproken".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069, en de alinea staat in dat document op bytes 11873 tot 12547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069 | shasum -a 256