Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0646.
11. Dit middel, dat is gericht tegen een aan de feitenrechter voorbehouden oordeel inzake de waardering van getuigenbewijs, treft geen doel. Anders dan het middel betoogt, heeft het Hof niet vastgesteld dat getuige [getuige 1] "enkel" verklaart dat hij zijn secretaresse heeft verzocht de opdrachtbevestiging te typen en te verzenden en dat hij daarna telefonisch contact heeft gehad met [eiseres]. Het Hof heeft immers overwogen dat getuige [getuige 1] over de inhoud van dat telefoongesprek heeft verklaard dat [eiseres] hem verzocht een nieuwe opdrachtbevestiging te sturen en voorts dat deze getuige heeft verklaard dat hij daarover heeft gesproken met getuige [getuige 2] die deze lezing in zijn verklaring bevestigde. Niet onbegrijpelijk is dat het Hof aan de twee op elkaar aansluitende verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] meer gewicht heeft toegekend dan aan de andersluidende verklaring van [eiseres]. Anders dan het middel betoogt had het Hof geen "duidelijker bewijs" moeten verlangen nu het ging om "verregaande gevolgen", te weten de toepasselijkheid van de Smecoma-voorwaarden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069, en de alinea staat in dat document op bytes 12567 tot 13679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069 | shasum -a 256