Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0646.
Deze klacht strekt kennelijk ten betoge dat het Hof had moeten oordelen dat [verweerster] zich naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet op de exoneratieclausule van art. 13.1 van de Smecoma-voorwaarden kon beroepen. Deze klacht faalt reeds omdat [eiseres] zich in de feitelijke instanties niet op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid heeft beroepen en zij zulks niet met vrucht voor het eerst in cassatie kan doen nu de beoordeling van een dergelijk beroep een onderzoek mede van feitelijke aard zou vergen waarvoor in cassatie geen plaats is. Voorts ziet het middelonderdeel kennelijk eraan voorbij dat art. art. 6:233 aanhef en onder a BW met zijn bepaling over de vernietigbaarheid van onredelijk bezwarende bedingen een lex specialis is van art. 6:248 lid 2 BW; zie Nota II, Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1596. Feitelijke grondslag mist de klacht dat het Hof niet heeft gerespondeerd op de stelling dat uit de drie andere door [verweerster] overgelegde AVB-polisvoorwaarden niet blijkt dat [verweerster] zich voor evenementen als de onderhavige niet kon verzekeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069, en de alinea staat in dat document op bytes 20710 tot 21824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/899bde60c3c251487ab1b2e023406767bb1601fde559045318204b654106d069 | shasum -a 256