Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0647.

11. Centraal in het middel staat de klacht, verwoord in de onderdelen 4 en 5, dat het Hof is uitgegaan van een te enge, en daarom een onjuiste opvatting van de uitzondering van art. 6, aanhef en sub 2, EEX. Het middel betoogt dat, anders dan het Hof heeft geoordeeld, het juiste criterium niet is of de eiser in de hoofdzaak (i.c. Instala) recht en belang heeft de gedaagde in de hoofdzaak (i.c. Delbouw) in rechte aan te spreken, dan wel of de eiser in de hoofdzaak, dusdoende, misbruik van recht maakt, doch of de vordering in de hoofdzaak slechts is ingesteld om de in vrijwaring opgeroepene (i.c. Siplast) af te trekken van de rechter die het verdrag de in vrijwaring opgeroepene toekent. Het Hof had derhalve naar het al of niet bestaan van die toeleg resp. die bedoeling een onderzoek moeten instellen, hetgeen het Hof, in strijd met het EEX en zonder behoorlijke redengeving, heeft nagelaten, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193, en de alinea staat in dat document op bytes 11040 tot 11970.