Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0647.
12. De bevoegdheidsregeling van het EEX gaat uit van het beginsel dat de gerechten van de staat van de woonplaats van de verweerder bevoegd zijn (art. 2). Art. 6 vormt op dat beginsel een uitzondering die, ter keuze van de eiser, is gegeven "wegens het bestaan, in welbepaalde gevallen, van een bijzonder nauwe aanknoping tussen een vordering en de rechter die om wille van een rationele rechtsgang geroepen kan zijn van die vordering kennis te nemen" (HvJ EG 15 mei 1990, zk C-365/88, Hagen/Zeehaghe, Jur. 1990, p. I-1845, NJ 1991, 557 nt. JCS).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193, en de alinea staat in dat document op bytes 11990 tot 12550.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193 | shasum -a 256