Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0647.
13. Ten grondslag aan art. 6 ligt de gedachte dat bij vorderingen waartussen een nauw verband bestaat een goede rechtsbedeling vraagt om concentratie van de behandeling en berechting bij een en hetzelfde gerecht, teneinde tegenstrijdige uitspraken te vermijden. Zie de conclusie van A-G Lenz onder 11 voor het Hagen/Zeehaghe-arrest. Dat nauwe verband wordt in art. 6, aanhef en sub 2, verondersteld tussen de vordering tot vrijwaring en de oorspronkelijke vordering, zodat de ten aanzien van de oorspronkelijke vordering bevoegde rechter ook bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tot vrijwaring. Daarop geldt evenwel een uitzondering: is de oorspronkelijke vordering slechts ingesteld met het doel de in vrijwaring opgeroepene af te trekken van de rechter die ingevolge het EEX bevoegd zou zijn in een zelfstandige procedure tegen de in vrijwaring opgeroepene, dan kan de rechter aan art. 6, aanhef en sub 2, geen bevoegdheid ten aanzien van de vordering in vrijwaring ontlenen. Zie nader over art. 6, aanhef en sub 2, Kluwers Burgerlijke Rechtsvordering, losbl., Verdragen, EEX c.a., art. 6, aant. 2 (P. Vlas); M.V. Polak, Vermogensrechtelijke meerpartijenverhoudingen, Praktijkreeks IPR, deel 15, 1993, nr. 135.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193, en de alinea staat in dat document op bytes 12570 tot 13805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193 | shasum -a 256