Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0647.
18. De centrale klacht van het middel, zoals verwoord in de onderdelen 4 en 5, komt mij daarom ongegrond voor. Voor verwijzing naar het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen acht ik geen grond aanwezig, nu naar mijn oordeel in redelijkheid geen twijfel kan bestaan dat bij de toepassing van de uitzonderingsbepaling van art. 6, aanhef en sub 2, de bedoeling waarmee de oorspronkelijke vordering is ingesteld mag worden vastgesteld aan de hand van objectieve omstandigheden. Ik loop de overige onderdelen van het middel na.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193, en de alinea staat in dat document op bytes 20213 tot 20758.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4b64bb19a6b34b97f3ee12668a7f35b8a4a16d1eae64ae4e4b67eb2fd70f0193 | shasum -a 256