Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0651.

20) Voor een dergelijke getuige lijkt mij duidelijk dat de in de onderdelen 2 en 3 aangevoerde argumenten niet opgaan; en het zojuist vooropgestelde uitgangspunt brengt dan mee dat dat ook voor [eiser] geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33, en de alinea staat in dat document op bytes 21093 tot 21314.