Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0651.
22) Als dit betoog als juist zou worden aanvaard - d.w.z. als het de facto mogelijk zou zijn om zich aan de getuigenplicht te onttrekken door zich erop te beroepen dat men zich van het relevante gebeuren niets meer herinnert -, zou dat een m.i. onaanvaardbare bres in die getuigenplicht slaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33, en de alinea staat in dat document op bytes 21777 tot 22084.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33 | shasum -a 256