Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0651.
25) Ik denk dan ook dat de door de rechter-commissaris in deze zaak gekozen benadering - te weten: dat het in beginsel aan de betreffende procespartij is om te beoordelen of zij het toch in haar belang acht, om de betreffende getuige vóór te brengen(13) - aanbeveling verdient. Er is misschien ruimte voor een smalle marge van uitzonderingsgevallen waarin het al te zeer evident is dat verhoor van de betreffende getuige geen zin heeft. In de gevallen waaraan men dan denkt zal er overigens al heel gauw sprake zijn van misbruik van (proces)recht. Een dergelijk geval is het onderhavige zeker niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33, en de alinea staat in dat document op bytes 24537 tot 25150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c27d688ed18724c26b7a077080fb25b94a83db8a97c687ffdce25bdb0fb4fc33 | shasum -a 256