Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0655.
1.5. Bij vonnis van 1 april 1998 heeft de rechtbank te 's-Gravenhage de vordering van eiser toegewezen tot een bedrag van f 25.200,- in hoofdsom (berekend op basis van een forfaitaire vergoeding per dag). De rechtbank achtte in de periode tot 1 januari 1997 een plaatsingswachttijd tot 12 maanden na aanvang van de Tbs aanvaardbaar. De rechtbank achtte de vordering toewijsbaar voor zover ten aanzien van eiser de termijn van 12 maanden was overschreden. Tot de "onrechtmatige" periode rekende de rechtbank óók de tijd die eiser (ter observatie) in het Meijers-Instituut in Utrecht en (in afwachting van zijn definitieve plaatsing) in de dependance van dit Instituut in Amsterdam had doorgebracht (rov. 13-15 Rb). Met betrekking tot het verblijf in die dependance overwoog de rechtbank o.m.:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027, en de alinea staat in dat document op bytes 7509 tot 8315.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027 | shasum -a 256