Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0655.

1.6. De Staat heeft hoger beroep ingesteld. Eiser heeft incidenteel geappelleerd. De behandeling in hoger beroep stond in het teken van de zesmaandentermijn uit HR 5 juni 1998 en van het inmiddels door de Staat ontwikkelde beleid m.b.t. de toekenning van vergoedingen aan Tbs-passanten (op basis van een vast bedrag per maand, oplopend per tijdvak van 3 maanden). Grief I van de Staat richtte zich tegen het oordeel in rov. 13-15 van de rechtbank m.b.t. het verblijf van eiser in het Meijers-Instituut. Ter terechtzitting van het hof op 17 april 2000 is de zaak van weerszijden toegelicht. Blijkens het proces-verbaal van die terechtzitting is namens eiser zijn advocaat verschenen. Voor de Staat waren verschenen: de advocaat mw. mr. C.M. Bitter, vergezeld van [betrokkene 2] (Directie JZ MvJ) en [betrokkene 1], psychiater en hoofd behandeling van de dependance van het Meijers-Instituut. Blijkens het proces-verbaal en blijkens het arrest heeft [betrokkene 1] aan het hof desgevraagd inlichtingen verstrekt over de behandeling in de dependance van het Meijers-Instituut.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027, en de alinea staat in dat document op bytes 8610 tot 9696.