Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0655.

2.1. Het cassatiemiddel maakt bezwaar tegen het gebruik dat het hof in rov. 3.3 heeft gemaakt van de inlichtingen welke [betrokkene 1] ter terechtzitting van het hof had verstrekt. In subonderdeel 1.3 wordt aangevoerd dat art. 144 lid 2 Rv(2) de rechter slechts de bevoegdheid verschaft om aan partijen en hun advocaten opheldering te vragen omtrent de inhoud van hun schriftelijke of mondelinge voordrachten; niet de bevoegdheid om onderzoek naar de feiten te doen. De toelichting op het middel doet uitdrukkelijk beroep op de wetsgeschiedenis. Waar de toelichting van [betrokkene 1] meer het karakter heeft van een getuigenverklaring dan van een opheldering van onduidelijkheden, had het hof volgens het middel deze toelichting van [betrokkene 1] niet aan zijn oordeel ten grondslag mogen leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027, en de alinea staat in dat document op bytes 10719 tot 11531.