Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0655.

2.3. Het tweede lid van art. 144 Rv is de vrucht van een amendement-Drucker op het wetsvoorstel-Hartogh. In 1891 werd in de Nederlandse Juristenvereniging gedebatteerd over de lijdelijkheid van de civiele rechter. Heel voorzichtig werd toen voorgesteld, aan de rechter het recht te verlenen om vragen te stellen(3). Het vraagpunt: "Moet, onder handhaving van het tegenwoordige stelsel, den rechter niettemin de bevoegdheid worden verleend, om aan partijen en hare woordvoerders opheldering te vragen omtrent den inhoud harer schriftelijke of mondelinge voordrachten, en om bij zijne uitspraak van de verkregen inlichtingen gebruik te maken?" werd met algemene stemmen bevestigend beantwoord(4). De toelichting op het amendement-Drucker verwees naar dit NJV-debat(5). Tijdens de parlementaire behandeling van het amendement zijn de slotwoorden (over het gebruik maken) als overbodig beschouwd en afgevallen. Uit de toelichting en uit de verdere literatuur uit deze periode spreekt de vrees dat de rechter zijn lijdelijke houding zou laten varen ten koste van de partijautonomie in het burgerlijk proces(6). Dit alles moet worden gezien in het licht van de toen heersende opvattingen over het burgerlijk procesrecht waarin aan de rechter slechts een lijdelijke rol werd toegekend. Een procespartij kon destijds niet als getuige worden gehoord(7); wel kon een procespartij bij wijze van processueel incident een verhoor van de wederpartij op vraagpunten vorderen (art. 237-246 oud Rv). Met name Hartogh/Cosman, a.w. blz. 74, wilde vermijden dat het vragenstellen bij pleidooi ontaardt in een informeel verhoor op vraagpunten. Die opvatting over een strikt lijdelijke rol van de rechter geldt reeds lang als achterhaald. Het verhoor op vraagpunten is in onbruik geraakt. Bij wet van 5 mei 1923, Stb. 189, is de inlichtingencomparitie ingevoerd (art. 19a Rv). Bij wet van 25 oktober 1989, Stb. 483, is de actieve rol van de rechter bij het inwinnen van inlichtingen bij partijen uitgebreid(8). De bepaling van art. 144 lid 2 is sinds kort vervallen: art. 22 nieuw Rv bepaalt met zoveel woorden dat de rechter in alle gevallen en in elke stand van de procedure partijen of een van hen kan bevelen bepaalde stellingen toe te lichten(9). Ik kom dan ook tot de slotsom dat het het hof vrijstond aan [betrokkene 1] deze vragen te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 213456dfa46ad1952255a4a1b6e4ffda85d628d0818d75d289a3d6e17e979027, en de alinea staat in dat document op bytes 12219 tot 14561.