Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0657.
8) De overige rechtspraak biedt evenmin als het zojuist genoemde arrest van de Hoge Raad en de wet en haar totstandkomingsgeschiedenis aanknopingspunten voor 's hofs ruime uitleg van art. 6:76. Zie de rechtspraak geciteerd bij Asser-Hartkamp I (2000), nr. 325 e.v. en in Losbl. Verbintenissenrecht, art. 76 (Broekema-Engelen). Vgl. voorts A-G Biegman-Hartogh in haar conclusie (onder 19) voor HR 17 okt. 1986, NJ 1987, 124 en A-G Langemeijer in zijn conclusie (nr. 2.5) voor HR 21 mei 1999, NJ 1999, 733 m.nt. JH.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d81ecae546e4f434c297469e94ff1d1b6691542abda72adcf10a770ad2676ffb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d81ecae546e4f434c297469e94ff1d1b6691542abda72adcf10a770ad2676ffb, en de alinea staat in dat document op bytes 13613 tot 14139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d81ecae546e4f434c297469e94ff1d1b6691542abda72adcf10a770ad2676ffb | shasum -a 256