Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0660.

9. In zijn arrest van 22 januari 1982, NJ 1082, 505 nt. WHH heeft de Hoge Raad geoordeeld dat met het oog op het restitutierisico terughoudendheid op zijn plaats is bij de veroordeling in kort geding tot het betalen van een geldsom, zodat van de eisende partij mag worden verlangd dat naar behoren feiten en omstandigheden worden aangewezen die meebrengen dat een zodanige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden. In latere rechtspraak oordeelde de Hoge Raad dat de rechter bij de vraag of een geldvordering in kort geding toewijsbaar is, niet alleen dient te onderzoeken of de vordering van de eiser voldoende aannemelijk is (HR 31 maart 1995, NJ 1995, 350), maar ook - kort gezegd - of een spoedeisend belang bestaat, terwijl de rechter bij de afweging van de belangen van partijen mede het restitutierisico dient te betrekken, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. Zie bijv. HR 29 maart 1985, NJ 1986, 84 nt. WLH; HR 8 juli 1992, NJ 1992, 714; HR 30 juni 2000, NJ 2001, 389 nt. HJS. Het restitutierisico is derhalve een (verplicht) element in de afweging van de belangen van partijen en vormt de reden voor de te betrachten terughoudendheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74, en de alinea staat in dat document op bytes 11650 tot 12845.