Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0660.
13. In de schriftelijke toelichting beroept Arbeidsvoorziening zich ter ondersteuning van de door haar verdedigde opvatting nog op HvJ EG 17 november 1998, zk. C-391/95 (Van Uden/Deco-Line), Jur. 1998, p. I-7091, NJ 1999, 339 nt. PV. De zaak betrof onder meer de uitleg van art. 24 EEX. Aan de orde was de vraag onder welke voorwaarden de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is kennis te nemen van een vordering in kort geding, indien de bevoegdheid niet kan worden gegrond op de artt. 2 t/m 18 EEX. Het Hof van Justitie overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74, en de alinea staat in dat document op bytes 15033 tot 15584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74 | shasum -a 256