Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0660.
18. Het betoog komt erop neer dat als uitgangspunt een geldvordering in kort geding niet toewijsbaar is indien de eisende partij in financiële nood verkeert, omdat het restitutierisico in een dergelijk geval te groot zou zijn. Dit uitgangspunt kan niet als juist worden aanvaard; het zou ertoe leiden dat de bestaande mogelijkheid om in kort geding betaling van een geldsom te vorderen vrijwel wordt uitgesloten. Immers, diezelfde financiële nood verschaft de eisende partij veelal het vereiste spoedeisende belang om in kort geding en geldvordering in te stellen. Vgl. ook R.C. Gisolf, Kort geding en rechter, 1993, blz. 77.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74, en de alinea staat in dat document op bytes 19042 tot 19682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74 | shasum -a 256