Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0660.

35. Voor het onderhavige geval moet worden aangenomen dat het Hof kennelijk van oordeel was dat de bedoelde stelling, die door TMU werd betwist, nieuw feitelijk onderzoek zou vergen, zodat de goede procesorde in kort geding zich ertegen verzet deze feitelijke stelling in aanmerking te nemen nu deze voor het eerst bij pleidooi in hoger beroep is aangevoerd. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde - gelet op de summiere motiveringsplicht in kort geding - niet nader te worden gemotiveerd. Een en ander brengt mee dat het onderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f555bc631db42f3fb91961d62fa5b7e7d356e31768e09bd55195e1017f9d1b74, en de alinea staat in dat document op bytes 29735 tot 30322.