Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0739.
2.3 Het komt mij voor dat het onderdeel op twee uiteenlopende gedachten is gebaseerd. Enerzijds klaagt het onderdeel erover, dat het hof aan de vaststaande feiten geen vermoeden ten gunste van de man heeft ontleend en de stellingen van de man, behoudens door de vrouw te leveren tegenbewijs, niet voor waar heeft gehouden. Anderzijds doet het onderdeel, kennelijk met het oog op de bijzin van art. 177 (oud) Rv, een beroep op de eisen van redelijkheid en billijkheid, waaruit zou voortvloeien dat de vrouw de bewijslast zou dragen van de omstandigheid dat in de relatie tussen haar en [betrokkene 1] géén sprake is van wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. De literatuur pleegt (naar mijn mening terecht) tussen beide gevallen te onderscheiden. In het eerste geval wordt de bewijslast niet "omgekeerd", maar worden de stellingen van de partij die volgens de hoofdregel van art. 177 (oud) Rv de bewijslast draagt, tot op tegenbewijs voor waar gehouden. In het tweede geval wordt de bewijslast "omgekeerd", ook in die zin, dat het bewijsrisico van de partij die volgens de hoofdregel de bewijslast droeg, naar haar wederpartij wordt verlegd.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b, en de alinea staat in dat document op bytes 11901 tot 13083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b | shasum -a 256