Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0739.

2.4 Voor zover het onderdeel op de eerste gedachte de nadruk legt, stelt het aan de orde of het hof, gelet op het reeds voorhanden bewijsmateriaal en meer in het bijzonder in verband met de omstandigheid dat de man niet langer in het levensonderhoud van de vrouw voorzag, niet tot op tegenbewijs voor waar had moeten houden dat de vrouw en [betrokkene 1] samenleefden als waren zij gehuwd in de zin van art. 1:160 BW, en dat naast een samenwoning ook van een wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding van de vrouw en [betrokkene 1] sprake was. In verband met de drie elementen die een samenleving in de zin van art. 1:160 BW kenmerken, herinner ik eraan dat de Hoge Raad in zijn beschikkingen van 13 juli 2001(3) en 9 november 2001(4) in aansluiting op eerdere rechtspraak heeft geoordeeld, dat er sprake is van een samenleven met een ander als waren partijen gehuwd als bedoeld in art. 1:160 BW, indien tussen de beide betrokkenen een affectieve relatie bestaat van duurzame aard die meebrengt dat de gescheiden echtgenoot en die ander elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b, en de alinea staat in dat document op bytes 13103 tot 14269.