Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0739.
2.11 Hoewel het onderdeel niet expliciet vermeldt tegen welke rechtsoverweging van het hof het zich richt, voldoet het naar mijn mening aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv(13), nu duidelijk is dat het opkomt tegen rov. 4 van het bestreden arrest. De man heeft in zijn memorie van grieven (p. 4-5) de namen van vijf getuigen genoemd en per getuige aangegeven omtrent welke feiten de desbetreffende getuige een verklaring kan afleggen. In zijn memorie van grieven heeft man over de eerste en de derde door hem genoemde getuige opgemerkt dat zij kunnen verklaren, dat de vrouw en [betrokkene 1] samenwoonden. De tweede getuige kan volgens de man verklaren dat [betrokkene 1] heeft gezegd dat hij met de vrouw samenleefde en haar als zijn echtgenote beschouwde. De man heeft aangegeven, dat de vierde getuige kan verklaren dat [betrokkene 1] en de vrouw meermalen hebben gezegd dat zij samenwoonden en man en vrouw waren. De vijfde getuige heeft, aldus de man, regelmatig de woning van de vrouw bezocht en daarbij geconstateerd dat [betrokkene 1] en de vrouw samenleefden als waren zij gehuwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b, en de alinea staat in dat document op bytes 22453 tot 23554.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b | shasum -a 256