Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0739.

Gelet op hetgeen met name de vijfde en in mindere mate ook de tweede en de vierde getuige volgens de man kunnen verklaren, is het oordeel van het hof dat het bewijsaanbod van de man (enkel) is toegespitst op het samenwonen van de vrouw met [betrokkene 1], onjuist dan wel zonder nadere motivering onbegrijpelijk. De genoemde getuigen kunnen volgens de man verklaren over de wijze waarop de vrouw en [betrokkene 1] zich aan hen hebben gepresenteerd en hoe zij zich over hun relatie hebben uitgelaten. Dat de vrouw en [betrokkene 1] zich aan derden hebben gepresenteerd (niet slechts als samenwonend maar) als waren zij man en vrouw (echtelieden), kan inderdaad bewijs opleveren, niet slechts van hun samenwonen, maar ook van de andere elementen (een wederzijdse verzorging en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding) die een "samenleven als waren zij gehuwd" in de zin van art. 1:160 BW kenmerken. Aldus beschouwd is het bewijsaanbod alleszins ter zake dienend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b, en de alinea staat in dat document op bytes 23905 tot 24888.