Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0739.
6 Pitlo/Hidma/Rutgers, o.c., p. 36: "Cassatie omdat de rechter een vermoeden heeft gevormd, terwijl daartoe geen grond was - of omgekeerd - omdat hij het vormen van een vermoeden heeft nagelaten, terwijl daartoe wel grond was, is dus niet mogelijk."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b, en de alinea staat in dat document op bytes 26788 tot 27050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2250c33edab52633ba140fc2828e8ca3e2925c4479970342f14848e4b2b3675b | shasum -a 256