Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.

1.9 De rechtbank heeft in haar eindbeschikking van 5 april 2000 geoordeeld dat louter persoonlijke goodwill bij een verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap buiten beschouwing moet blijven (p. 3, alinea 4, van de eindbeschikking van de rechtbank). Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de bij de maatschap bestaande inverdienregeling zodanige kenmerken van "betaling van goodwill" in zich bergt dat de man in redelijkheid tegenover de vrouw niet kan volhouden dat bij de bepaling van de economische waarde van zijn onderneming niet mede rekening met een bedrag aan goodwill behoort te worden gehouden (p. 4, alinea 3). De rechtbank heeft de goodwill, verbonden aan deelname in de maatschap en de direct daaruit voortvloeiende groei van de verdiencapaciteit, of wel de zakelijke goodwill, vervolgens op fl. 746.000,- gewaardeerd, van welk bedrag de man de helft aan de vrouw is verschuldigd (p. 4 en 5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 10967 tot 11894.