Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.
4.3. Voorts stelt de man dat ook anderszins geen goodwill is ontstaan. Bij een eventueel uittreden uit de maatschap kan door hem noch van toetredende, noch van zittende maatschapsleden een betaling voor goodwill worden bedongen, en ook bij zijn overlijden ontstaat er voor zijn erfgenamen geen recht op vergoeding door de overige maatschapsleden van de waarde van de in de maatschap aanwezige goodwill. Verder stelt de man dat, zelfs al zou het bestaan van goodwill moeten worden aangenomen, zulks persoonlijke onbelichaamde goodwill vormt, welke niet voor verdeling in aanmerking komt, dan wel dat zodanige goodwill een verknocht goed vormt in de zin van artikel 1:94, derde lid, BW, en alsdan niet voor verdeling in aanmerking komt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 13311 tot 14059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b | shasum -a 256