Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.
2.2 In zijn conclusie voor het arrest gaf de toenmalige A-G Langemeijer er blijk van zich te realiseren dat de beslissing van de Hoge Raad implicaties zou kunnen hebben voor de status van een heel bedrijf of voor de status van de daarvan deel uitmakende goodwill, al dan niet als zelfstandig goed. Langemeijer meende dat die implicaties zouden kunnen worden omzeild, door aanvaarding van de notie van in erkende goederen "belichaamde goodwill". "Belichaamde goodwill" (waartoe het geschil zich volgens Langemeijer feitelijk beperkte) zou in de scheiding en deling kunnen worden betrokken, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van de constructie van een afzonderlijk goed "goodwill". Voor erkenning van "niet-belichaamde goodwill" als zelfstandig goed achtte Langemeijer de rechtsontwikkeling onvoldoende gevorderd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 19457 tot 20292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b | shasum -a 256