Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.

2.7 Zie ik het wel, dan houdt een meerderheidsopvatting in, dat de (waarde van de) doorgaans als restcategorie gedefinieerde zakelijke "onbelichaamde goodwill" (alle "onbelichaamde goodwill" die niet persoonlijk is), wèl bij de verdeling behoort te worden betrokken.(16) De juistheid van deze opvatting wordt echter betwijfeld door Luijten, die zich in het bijzonder verzet tegen de zijns inziens daarin besloten liggende erkenning van de zakelijke "onbelichaamde goodwill" als goed in de zin van art. 1:94 jo. art. 3:1 BW.(17)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 22379 tot 22920.