Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.

2.10 Naar mijn mening heeft het hof in rov. 4.4 van het aangevochten arrest onmiddellijk tot de kern van de zaak (de realiseerbaarheid van eventueel aanwezige goodwill als zelfstandige waarde) willen doordringen: eventueel bij de man aanwezige goodwill kan niet als zelfstandige waarde worden gerealiseerd en kan daarom niet in de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap worden betrokken. Kennelijk heeft het hof toepassing willen geven aan de grootste gemene deler van de verschillende opvattingen over "onbelichaamde goodwill". Het hof verwijst naar hetgeen na het damesmodebedrijf-arrest als vaste jurisprudentie geldt en spreekt van "criteria" die daaruit zouden kunnen worden afgeleid. Alhoewel inderdaad reeds uit het damesmodebedrijf-arrest het belang van overdraagbaarheid voortvloeit ("(...) kortom van wege alles wat rechtens of feitelijk aan den ondernemer ten dienste staat, voorzover dit door overdracht van het bedrijf met alles wat daartoe behoort rechtens of feitelijk ten dienste van zijn opvolger gesteld kan worden (...)"), lijkt het minder juist hier van een vaste jurisprudentie te spreken. De gegeven stand van het recht op het punt van de huwelijksgoederenrechtelijke status van (onbelichaamde) goodwill lijkt mij meer door de literatuur dan door gevestigde rechtspraak te zijn bepaald. Dat het hof al in rov. 4.4 de kern van de zaak te pakken meent te hebben, blijkt ook hieruit dat volgens het hof verder niet ter zake doet hoe eventueel aanwezige, "onbelichaamde goodwill" moet worden benoemd, hetzij als persoonlijke, hetzij als zakelijke. Eventueel aanwezige goodwill is niet als zelfstandige waarde realiseerbaar, en daar komt het volgens het hof op aan. In de woorden van de openingszin van rov. 4.5, " (doet) (h)etgeen partijen met betrekking tot voormeld onderscheid tussen persoonlijke en zakelijke onbelichaamde goodwill naar voren hebben gebracht (...) aan dit oordeel niet af". Het hof heeft kennelijk niet in termen van persoonlijke of zakelijke goodwill willen beslissen. Daarbij heeft wellicht mede een rol gespeeld dat het begrip persoonlijke goodwill doorgaans wordt gereserveerd voor goodwill, voortspruitende uit in de persoon gelegen factoren (de al eerder genoemde hersenen, kennis en persoonlijke earning capacity). Het begrip is in de gedachtegang van het hof mogelijk te eng, omdat niet zeker is of het, aldus beschouwd, wel alle gevallen van aan de persoon verkleefde en daarom niet als zelfstandige waarde te realiseren goodwill omvat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 26377 tot 28881.