Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.
In verband met het eerste is van belang dat het hof in rov. 4.5 in cassatie onbestreden heeft geoordeeld dat "(o)ok een (...) fiscale benadering te dezen (...) onvoldoende steun (geeft) aan de gedachte dat er een op geld waardeerbare en mitsdien voor verdeling in aanmerking komende goodwill aanwezig is". Met de fiscale benadering doelt het hof (in navolging van partijen) onmiskenbaar op de mogelijkheid van een "geruisloze" inbreng van een advocatenpraktijk (en de daaraan verbonden goodwill) in een praktijkvennootschap. Gelet op het in cassatie vaststaande feit dat de man (via zijn holding) géén goodwill in zijn praktijkvennootschap heeft ingebracht (zie ook onderdeel 5 van het cassatierekest) en de grote terughoudendheid die fiscus en belastingrechter (ook de Hoge Raad(25)) bij het honoreren van de inbreng van goodwill door beoefenaren van vrije beroepen in hun praktijkvennootschappen aan de dag leggen, acht ik het aangehaalde oordeel van het hof niet onbegrijpelijk, hoezeer ook de vrouw volhardt bij haar standpunt dat de man hier mogelijk kansen heeft laten (en wellicht nog steeds laat) liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 30096 tot 31224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b | shasum -a 256