Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.
In het geval waarop het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 12 oktober 2001 betrekking had, lagen de zaken wezenlijk anders. In dat geval stond vast dat de goodwill te eniger tijd tot uitkering zou komen. De Hoge Raad sauveerde in het genoemde arrest overigens de door het Haagse hof vastgestelde verrekening van het aan de man toegedeelde aandeel in de maatschap voor zover goodwill omvattende, met een vordering op de man ter grootte van de helft van de te zijner tijd aan hem ter zake van de goodwill uitgekeerde netto vergoeding, welke vordering niet eerder opeisbaar zal worden dan nadat de man die vergoeding heeft ontvangen. Dat de goodwill niet vóór de daadwerkelijke realisatie daarvan behoeft te worden verrekend, onderstreept m.i. het belang van het criterium dat goodwill daadwerkelijk moet kunnen worden gerealiseerd, vooraleer hij in de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap kan worden betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 34930 tot 35873.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b | shasum -a 256