Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.
2.14 Het eerste onderdeel van het cassatiemiddel is gericht tegen het oordeel van het hof dat de onbelichaamde goodwill welke in casu eventueel aanwezig is, geen goed vormt in de zin van art. 3:1 BW. De vrouw voert aan dat de goodwill van de maatschap waarin de man deelneemt, zoals die volgens haar stellingen wordt gekenmerkt, wel degelijk een goed is in de zin van art. 3:1 BW en dat het hof met het oog op die stellingen onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd waarom zij deze goodwill het karakter van een goed in de zin van art. 3:1 BW ontzegt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 36473 tot 37041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b | shasum -a 256