Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.
2.22 Het onderdeel klaagt allereerst dat het aangevochten oordeel onbegrijpelijk is, voor zover dit inhoudt dat de vrouw haar verzoek niet (mede) op redelijkheid en billijkheid heeft doen steunen. Deze klacht mist feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 4.7 niet miskend dat de vrouw redelijkheid en billijkheid (mede) aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, maar heeft geoordeeld dat de vrouw in dat verband onvoldoende heeft gesteld en dat voor een honorering van het verzoek op die grondslag ook onvoldoende is gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 41556 tot 42102.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b | shasum -a 256