Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.

2.26 Nadat de man bij appelschrift tevens wijziging van verzoek(32) de redelijkheid en billijkheid als mogelijke grondslag voor de aanspraken van de vrouw ter sprake had gebracht, heeft de vrouw bij verweerschrift in hoger beroep tevens houdende incidenteel appel(33) zich uitdrukkelijk (mede) op de redelijkheid en billijkheid beroepen en in dat verband een brief van 21 juli 2000 van haar aan haar raadsvrouw(34) in het geding gebracht. In deze brief schetst de vrouw het verloop van de relatie van partijen (die, met inbegrip van het huwelijk, ruim tien jaar heeft geduurd) en neemt zij onder meer het standpunt in dat zij met haar inkomen tenminste voor de helft in de opbouw van de vordering van de man op de maatschap heeft bijgedragen. Voorts stelt zij zich in de bedoelde brief op het standpunt dat, waar zij heeft gepoogd een gezamenlijke toekomst op te bouwen en daarvoor haar deel heeft geleverd, het niet meer dan redelijk is dat bij de verdeling van de boedel ook het aandeel van de man in de goodwill van de maatschap wordt betrokken. Bij de mondelinge behandeling heeft de vrouw wederom op bedoelde brief doen wijzen en daarbij doen opmerken dat partijen langdurig (10 jaar) samen zijn geweest en dat zij zich tijdens hun huwelijk veel heeft moeten ontzeggen om de man in staat te stellen om carrière te maken.(35)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 44466 tot 45810.