Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE0748.
2.27 Ik stel voorop dat een waardering van hetgeen de vrouw in verband met haar beroep op redelijkheid en billijkheid heeft gesteld, aan de feitenrechter is voorbehouden en dat de toetsing van het oordeel van het hof dienaangaande in cassatie slechts een uiterst beperkte kan zijn. Kennelijk heeft het hof de aanspraken van de vrouw op een vergoeding voor de niet realiseerbare goodwill van de man onvoldoende "hard" geoordeeld. In aanmerking genomen dat dergelijke aanspraken inderdaad bijzondere omstandigheden (en, meer in het bijzonder, een concrete en aantoonbare bijdrage van de betrokken deelgenoot in de financiering van de niet realiseerbare goodwill die aan de partner wordt gelaten) vooronderstellen, acht ik het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b, en de alinea staat in dat document op bytes 45849 tot 46627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb03b445a567eec2a95593792bbff914a9c13bee930f52d65017cfcc13e54d4b | shasum -a 256