Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1182.

De regeling van de Verfall is in 1992 grondig herzien. Toen is gewisseld van een netto- naar een brutosysteem. Niet de zuivere winst wordt ontnomen, maar de opbrengst. Tevens is toen de mogelijkheid van de "erweiterte Verfall" (§ 73d) in de wet opgenomen, een mogelijkheid om verdacht vermogen te ontnemen waarvan niet behoeft te worden bewezen dat het de vrucht is van georganiseerde criminaliteit maar waarvoor een sterke mate van waarschijnlijkheid voldoende is.(69) De erweiterte Verfall kan erop berusten dat gelet op de levenswijze van de dader en het ontbreken van rechtmatige inkomsten de gedachte bij een objektieve waarnemer zich opdringt dat het vermogen door strafbare feiten is opgebouwd. Erweiterte Verfall is alleen mogelijk wanneer de wetgever dat uitdrukkelijk heeft bepaald. Als aan de voorwaarden van § 74d StGB is voldaan móet de rechter de erweiterte Verfall zelfs opleggen.(70) Paragraaf 33 van het Betäubungsmittelgesetz (BtMG) schrijft erweiterte Verfall onder meer voor in geval van drugshandel. Opvallend is wel dat § 129 StGB (Bildung kriminellen Vereinigungen) de mogelijkheid van erweiterte Verfall niet kent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 70951 tot 72107.