Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1182.
5.11. Ook overigens is op 's hofs verwerping van het verweer niet veel af te dingen. Het hof heeft overwogen dat het aan de uiteenzetting van de veroordeelde geen geloof hecht. Kennelijk heeft het hof wél geloof gehecht aan de bij de politie afgelegde verklaringen van [getuige 2] zoals die als bewijsmiddel 4, 5 en 6 zijn gebezigd. Dat stond het hof vrij, nu immers de selectie en waardering van het bewijsmateriaal - volgens vaste jurisprudentie - ook in ontnemingszaken aan de rechter in feitelijke aanleg is overgelaten. Van die keuze behoeft de rechter, eveneens volgens vaste rechtspraak, - enkele in de onderhavige zaak niet van toepassing zijnde uitzonderingen daargelaten - geen verantwoording af te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 92799 tot 93531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a | shasum -a 256