Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1182.

3.4. Kennelijk ligt aan het eerste en tweede door het OM voorgestelde middel ten grondslag dat het hof ten onrechte, althans op onjuiste gronden, voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in geval van een veroordeling voor art. 140 Sr de methode van vermogensvergelijking heeft uitgesloten en alleen de "klassieke methode", te weten de berekening op basis van het aantal transporten, de hoeveelheden, de kosten en de opbrengsten, van toepassing heeft geacht. Gelet op de verwijzingen in de toelichting naar de wil van de wetgever is de boodschap duidelijk; het hof heeft eisen gesteld aan de berekening van het voordeel die niet aansluiten bij hetgeen de wetgever voor ogen heeft gestaan. Aldus beschouwd zijn beide middelen te beschouwen als middelen van cassatie in de zin der wet. Zij klagen immers dat het hof een verkeerde uitleg heeft gegeven aan de regels die vóór 1993 de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel beheersten en dat het hof, uitgaande van die verkeerde opvatting, het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist heeft vastgesteld. De (primaire) stelling van de steller van het verweerschrift dat beide middelen geen cassatiemiddelen in de zin der wet zijn, nu daarin niet wordt gesteld dat de door het hof gebruikte methode van berekening onjuist is, maar slechts dat de door de AG voorgestelde methode van vermogensvergelijking de voorkeur zou hebben gehad gaat derhalve niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 11695 tot 13141.