Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1182.

"Hoewel op de vordering tot ontneming niet het bewijsrecht van toepassing is dat geldt voor het bewijs van het tenlastegelegde feit, zal het openbaar ministerie, wil de vordering tot de gewenste beslissing kunnen leiden, toch primair wettig bewijs moeten aandragen met betrekking tot het bestaan en de omvang van het wederrechtelijk voordeel. Het feit dat het in het voorstel mogelijk is dat de rechter de veroordeelde op deze punten een bewijslast ter disculpatie oplegt, blijft vooronderstellen dat de rechter op grond van het door het openbaar ministerie aangevoerde bewijs tot het voorlopig oordeel is gekomen dat wederrechtelijk voordeel is verkregen."(22)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 33908 tot 34582.