Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1182.
Kennelijk is de Minister van mening dat zowel de vaststelling dat een strafbare feit voordeel heeft opgeleverd (het eerste bewijsmoment) als de vaststelling van de omvang van het voordeel (het tweede bewijsmoment) in het geval van het derde lid van art. 36e Sr kan geschieden aan de hand van een door het OM neergelegde onderbouwde stelling, zoals bedoeld in de eerdere passage, waartegen de veroordeelde zich kan verdedigen door aannemelijk te maken dat hij die inkomsten legaal heeft verworven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 34627 tot 35137.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a | shasum -a 256