Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1182.
"Om nu tot een bepaling van de omvang van het wederechtelijk verkregen voordeel te komen, zal in het strafrechtelijk financieel onderzoek zijn nagegaan welk gedeelte van het bij de veroordeelde vastgestelde vermogen kan worden toegerekend aan de bekend geworden legale inkomsten (de WW-uitkering, maar ook andere traceerbare bronnen van rechtmatige vermogensverkrijging zoals een erfenis). Dat betekent dus, dat aan de hand van wettige bewijsmiddelen aannemelijk kan worden gemaakt wat de totale omvang van het vermogen van de veroordeelde is (voorzover dat kon worden vastgesteld) en welk gedeelte daarvan aan rechtmatige bronnen kan worden toegerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a, en de alinea staat in dat document op bytes 35380 tot 36047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f456e820704a1286ddfaaf95e0c607104d419760747ac5ed0c79334fa3733f7a | shasum -a 256