Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2002
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1287.
13. Uit het voorgaande volgt dat de officier van justitie heeft voldaan aan het verzoek van de verdediging om het dagboek toe te voegen aan het dossier en dat de verdediging door de rechtbank in de gelegenheid is gesteld kennis te nemen van de inhoud van het dagboek. De stelling dat, nu het openbaar ministerie het dagboek niet eigener beweging aan de processtukken heeft toegevoegd, dit als een grove schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde moet worden beschouwd, kan in zijn algemeenheid niet als juist worden bestempeld (vgl. HR 9 oktober 1984, NJ 1985, 217). Dit zou slechts anders zijn indien door het verzuim van de officier van justitie tijdig stukken ter beschikking te stellen van de verdediging een in het verdere verloop van de procedure redelijkerwijze niet meer te herstellen inbreuk op de rechten van de verdediging zou zijn gemaakt. In feitelijke instanties is hieromtrent niets aangevoerd. Integendeel: de inhoud van het dagboek is prominent in de pleitnota in appèl aanwezig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7827ffdcd4c9fda386ba9e0110d42303d8afbfe0ab647975484bca4e8ed7a31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7827ffdcd4c9fda386ba9e0110d42303d8afbfe0ab647975484bca4e8ed7a31, en de alinea staat in dat document op bytes 10666 tot 11692.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7827ffdcd4c9fda386ba9e0110d42303d8afbfe0ab647975484bca4e8ed7a31 | shasum -a 256