Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2002

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1287.

24. Psychische overmacht zal bestaan wanneer het delict als het ware onontkoombaar is gelet op de situatie en de persoonlijkheid van de verdachte en wanneer van de verdachte niet verwacht kan worden dat hij zich op een andere wijze zou weten te redden (NLR, Wetboek van Sr, aant. 6 bij art. 40). De rechter zal bij een beroep op psychische overmacht na moeten gaan of de gestelde feiten aannemelijk zijn, en vervolgens of er sprake is van een op grond van die feiten aannemelijke druk waardoor de wilsvrijheid van de verdachte zodanig aangetast dat van de verdachte niet gevergd kan worden weerstand te bieden tegen deze druk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7827ffdcd4c9fda386ba9e0110d42303d8afbfe0ab647975484bca4e8ed7a31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7827ffdcd4c9fda386ba9e0110d42303d8afbfe0ab647975484bca4e8ed7a31, en de alinea staat in dat document op bytes 17432 tot 18071.