Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1321.

3.3. In de regel behoort overschrijding van de redelijke termijn te leiden tot strafvermindering. Voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn vervolging is slechts in uitzonderlijke gevallen plaats.(1) Zulke uitzonderlijke omstandigheden heeft de verdediging in hoger beroep aan het hof niet voorgelegd. Het is aan de rechter die over de feiten oordeelt om de omstandigheden van het geval die van belang zijn voor het gevolg dat aan de schending van de redelijke termijn wordt gegeven tegen elkaar af te wegen. Die afwegingen zijn van feitelijke aard en zijn in cassatie slechts beperkt toetsbaar. De beslissing van het hof geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, reeds omdat de mate waarin de redelijke termijn is overschreden in deze zaak toch maar marginaal is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e053a57ddea5b2ca206710e25658f75cc81b31fd69276e83b7dabbc336b59fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e053a57ddea5b2ca206710e25658f75cc81b31fd69276e83b7dabbc336b59fb, en de alinea staat in dat document op bytes 8416 tot 9265.