Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2002

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1321.

Het in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde opportuniteitsbeginsel houdt in, dat het de officier van justitie is die de belangenafweging in het kader van de beslissing lol vervolging verricht. Slechts wanneer uit de stukken of het verhandelde ter terechtzitting blijkt, dat de beslissing tot vervolging is genomen in strijd met algemene beginselen van een behoorlijk vervolgingsbeleid, kan er sprake zijn van een door de rechter uit te spreken niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Het hof is in dit geval echter van oordeel dat noch uit de voorhanden stukken, noch uit hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting is aangevoerd, aannemelijk is geworden dat het openbaar ministerie de beslissing tot vervolging heeft genomen in strijd met vorenbedoelde algemene beginselen. Met name wijst het hof er op dat verdachte in de onderneming een actieve rol heeft vervuld en behoorde tot de groep personen die de leiding in handen had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e053a57ddea5b2ca206710e25658f75cc81b31fd69276e83b7dabbc336b59fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e053a57ddea5b2ca206710e25658f75cc81b31fd69276e83b7dabbc336b59fb, en de alinea staat in dat document op bytes 9681 tot 10687.