Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1332.

3.7. Naar mijn mening zal de rechter niet licht mogen proberen om een belangrijke waarde als de openbaarheid op een manier in te snoeren waarin de wet niet voorziet. Dat is ook de kern van HR NJ 2000,633. Ik acht het bepaald niet gemakkelijk om de verzoeken van de voorzitter in te delen in verzoeken die als verplichtend kunnen worden opgevat en verzoeken die volledig een beroep doen op de goede wil en medewerking van de toeschouwers, omdat het zo lastig is om in cassatie die grens vast te stellen als niet met zoveel woorden het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting melding maakt van het karakter van het verzoek..

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627, en de alinea staat in dat document op bytes 19064 tot 19711.