Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1332.

In het dossier bevinden zich verschillende rapportages betreffende de psychische gesteldheid van het slachtoffer en het is bij het hof bekend dat het slachtoffer in de periode dat zij aangifte van het telastegelegde feit heeft gedaan ter psychiatische behandeling was opgenomen. Het hof is van mening dat hetgeen is aangevoerd door de verdediging onvoldoende aanleiding geeft voor de veronderstelling dat het slachtoffer ten tijde van de aangifte van het telastegelegde feit in een zo uitzonderlijke gemoedstoestand verkeerde dat zulks van invloed zou zijn op enige door het hof te nemen beslissing in deze strafzaak. Het hof acht, mede gelet op het overige bewijsmateriaal, een nader onderzoek op dit punt daarom niet noodzakelijk en wijst het verzoek tot verwijzing naar de rechter-commissaris af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627, en de alinea staat in dat document op bytes 21486 tot 22298.