Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1332.

5.4. De uitleg van het hof dat [getuige 4] in zijn verklaring die als bewijsmiddel 3 voor het bewijs is gebezigd heeft gedoeld op het misbruik door verdachte is niet onbegrijpelijk. [Getuige 4] ging op verzoek van [getuige 1] met haar ouders praten. Het ligt voor de hand dat [getuige 4] ging praten over het misbruik waarover [getuige 1] hem had verteld (bewijsmiddel 4). Verdachte heeft bovendien gezegd dat hij wist dat er iets met hem moest gebeuren. Als de moeder van [getuige 1] zegt dat "dit nooit had mogen gebeuren" in antwoord op de eerste woorden van [getuige 4], inhoudende dat hij wist wat [getuige 1] was overkomen, kan dat ook enkel slaan op het thema dat de reden voor [getuige 4] was om de ouders van [getuige 1] te bezoeken. De uitleg van het hof is niet in strijd met de bewoordingen van de verklaring van [getuige 4] en daarom kunnen de verklaringen van [getuige 4] als hulpmiddel dienen om de brief (bewijsmiddel 3) te interpreteren. Dat verdachte nadien een andere uitleg aan die brief geeft betekent niet dat het hof die uitleg maar voor waar had aan te nemen. Het stond het hof vrij aan die brief betekenis voor het bewijs toe te kennen en die brief uit te leggen als een schuldbekentenis van verdachte aan zijn dochter voor het misbruik. Die uitleg staat niet op gespannen voet met de tekst van de brief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627, en de alinea staat in dat document op bytes 27279 tot 28621.