Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1332.
7.2. De steller van het middel constateert dat het de bewijsmiddelen 3, 4, 5, 7, 8 en 10 betreft. De bewijsmiddelen 3, 4, 5, 7 en 8 zijn aan de orde gesteld in het tweede middel. Mijn standpunt over het oordeel van het hof over de bewijswaarde van deze bewijsmiddelen heb ik bij de bespreking van dat middel al gegeven. De steller van het middel gaat niet afzonderlijk in op bewijsmiddel 10. Wel klaagt het middel dat het hof verwijst naar de consistentie en - op cruciale punten - naar de gedetailleerdheid van de verschillende afgelegde getuigenverklaringen, maar dat het hof niet heeft aangegeven om welke verklaringen en punten het nu juist gaat. Het hof was daartoe ook niet verplicht. Enkel wanneer dit oordeel van het hof onbegrijpelijk zou zijn geweest - en dan ligt het voor de hand dat de verdediging aangeeft waarom en waar de redenering van het hof mank zou gaan - zou er grond zijn de motivering van het hof aan een nadere beschouwing te onderwerpen. Ik wijs er overigens op dat in alle bewijsmiddelen, in het middel aangegeven, doorklinkt, dat verdachte en zijn echtgenote door getuigen zijn geconfronteerd met de beschuldigingen van [getuige 1] en toen op vergelijkbare wijze hebben gereageerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627, en de alinea staat in dat document op bytes 31464 tot 32686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb07edf19c5d3bc4ea2e097768ee56ea9d209bfae8e63b9c053633823694f627 | shasum -a 256