Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE1336.
5. Dat brengt mee dat verzoekster, nu niet is voldaan aan het in art. 437, tweede lid, Sv vervatte voorschrift dat binnen de door de wet gestelde termijn door een advocaat een schriftuur met middelen van cassatie moet worden ingediend, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het door haar ingestelde cassatieberoep (vgl. HR 10 juli 2001, griffienummer 02948/00 E).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43acbd7d10a356ebef965879e94bf91f2883ea4baecd7b9ac2ef27c66aa527c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43acbd7d10a356ebef965879e94bf91f2883ea4baecd7b9ac2ef27c66aa527c5, en de alinea staat in dat document op bytes 5841 tot 6226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43acbd7d10a356ebef965879e94bf91f2883ea4baecd7b9ac2ef27c66aa527c5 | shasum -a 256